
XY of XX gen. Geslachtschromosomen die voor de rest van je leven bepalen of je wordt beschouwd als rationeel denkend mens, of als accessoire van dit rationeel denkende mens. De man zou sterk, dapper, moedig, hardwerkend en emotioneel onbenaderbaar zijn. De vrouw? precies het tegenovergestelde. Sinds de man en vrouw beide als mens naast elkaar bestaan, bestaat deze verdeling al. Mensen, mannen en vrouwen, houden zich over het algemeen goed aan dit ‘basisprincipe’. In onze taal en manier van doen is de man de nulmeting. Ben je dapper? Dan heb je ballen. Ben je moedig? Dan kan je je mannetje staan.
XX, de vrouw, heeft een hele andere biologische achtergrond. Vrouwen hebben te maken met een baarmoeder, cyclus, andere, extra hormonen. Toch wordt er van de vrouw verwacht in dezelfde, op de man zijn biologie gebaseerde werkweek mee te werken. Als de vrouw niet mee doet, omdat dit simpelweg lastiger is voor vrouwen, worden ze direct gekoppeld aan de vrouwelijke, zwakke eigenschappen. Motorisch sla je of gooi je als een meisje. Emotie tonen wordt direct gekoppeld aan janken als een oud wijf.
Het wapen van de mens is taal. Taal houdt de eeuwenoude patronen vast, op alle manieren. Groots bekend is de vorm van spreekwoorden zoals eerder benoemd. Echter is dit niet het enige. Biomedisch en psychologisch zit misogynie ook diep verworteld. Hysterisch betekent onredelijk of overdreven emotioneel buiten zinnen. De werkelijke afkomst van het woord ligt in het Grieks. Hystera, ofwel baarmoeder. De baarmoeder zou zweven door het lichaam van de vrouw, wat zorgt voor onrust. De man wordt gelinkt aan rust, de vrouw is binnen de taal een letterlijk slachtoffer van haar eigen biologie.
Inmiddels noemt de mens zich progressief. Men wijst graag op de verandering waar de vrouw ook mee mag doen in het hogere spel. De vrouw draait ‘volledig’ mee in de maatschappij, mits zij haar vrouwelijke gebreken thuislaten en zich mentaal en het liefst fysiek totaal transformeren in een rationele man. Zolang de taal niet verandert, en de man de nulmeting van onze cultuur blijft, is de gendergelijkheid waar wij graag over spreken niets meer dan een farce. Wij, de mens van nu heeft de vrouw niet bevrijd, we hebben haar enkel toestemming gegeven meetedraaien in een systeem wat de vrouw systematisch ontkent.
Vaak gaat het over de vrouw die een stoel aan tafel moet krijgen binnen de systemen. Echter verraadt de metafoor op zichzelf de complete hiërarchie al. De tafel? Het mancentrische systeem. Als je daar een vrouwelijke stoel aan wil schuiven, verander je het systeem niet, je zet enkel de lat voor de gemiddelde vrouw hoger. De uitnodiging die de vrouw krijgt om een stoel aan de tafel te krijgen is er eentje, verstuurd door de man, in de taal van de man. Een taal waar de vrouw in terug moet spreken, wil zij zogenaamd ‘gerespecteerd’ worden. Die stoel is dus ook geen overwinning op het systeem, maar enkel een rekruteringscampagne voor het patriarchaat.
De moderne emancipatie gaat niet om werkelijke gelijkheid creëren, maar om verschillende individuen, met verschillende biologie, allemaal in hetzelfde, door de man gemaakte beeld moeten passen, koste wat kost. De vraag is dan ook niet of de man mens is, maar of de mens ooit er klaar voor zal zijn om de definitie van mens, los te koppelen van die van man.