
10 minuten voor de dood. De hartslag maakt gekke sprongen, de ademhaling klinkt afgeklemd en met de geest is er geen contact te maken. De naaste weet hoe laat het is als dit fenomeen zich voordoet. Tranen beginnen te vloeien en de stilte wordt luider. Het enige wat je hoort is het haperende happen naar adem.
1 minuut voor de dood. Iedereen in de kamer weet dat het einde nabij is. In de hoek van de donkere slaapkamer wordt een schietgebed gedaan en de rozenkruisjes komen plots tevoorschijn, allemaal desondanks de afkeer naar het christendom van de bijna overleden. “Misschien helpt het wel, misschien houden we hem hiermee in leven”.
De dood. Alles is stil, het gehuil pauzeert net als de hartslag van de man. Even is het helemaal stil en iedereen in de kamer ziet het gebeuren. De geest verlaat het lichaam, en neemt een stukje van de geest van iedereen om zich heen met zich mee. De ene pauze zou een standaard worden, een feit, en de andere zou verder gaan voor een langere tijd dan gehoopt. Het gehuil vult de ruimte, en het steekt aan. Echtgenote begint, maar steekt aan. Even later is de complete kamer aan het huilen geraakt.
30 minuten na de dood. Echtgenote huilt nog altijd intens hard en leunt tegen het houten bed frame aan. Ondertussen wordt er in een andere kamer van het huis gebeld. De arts als eerste, die moet vaststellen dat ‘persoon’ daadwerkelijk overleden is. Vervolgens worden de familieleden en nabije vrienden en kennissen gebeld met het slechte nieuws gesprek.
Anderhalf uur na de dood. De eerste auto van lieve zus komt de straat aanscheuren. Nog harder huilend dan echtgenote stormt ze naar boven en stort ze in haar knieën, naast echtgenote. Het huis wordt steeds voller, en de straat mist parkeerplekken. Echtgenote besluit alleen een rondje te lopen door het dorp, even een hap adem te nemen en te ontsnappen uit het tranenbad.
Drie uur na de dood. Iedereen die er zo snel bij kon zijn, is gearriveerd. Samen halen ze friet bij de snackbar. “Mevrouw, wij verkopen niet zulke grote porties friet in een keer, u kunt misschie…” “Het is voor mijn familie, mijn man is net overleden.” Plots wordt er kennisgemaakt met de ‘overlijdenskaart’, het toverwoord voor wie iets voor elkaar wil krijgen wat normaal niet kan. De snackbareigenaar geeft gehoor en maakt porties van nooit tevoren.
Het avondeten. De normaal zo levendige familie is muisstil. Je hoort het gekauw van de kleine kinderen die mee moesten van papa en mama. Je ziet de moeite om het eten weg te krijgen bij grote zus, elke hap is strijden tegen de brok die zich in haar keel heeft gevestigd. Echtgenote eet niet. Zij trok een fles chardonnay open en nam een slok, kleiner dan die van een kat uit haar bak water. De sfeer is ijskoud, iedereen weet dat er nu een lastige, zware periode aanbreekt voor iedereen aan de tafel. De rouwingsperiode. Het verwerken van de dood van een geliefde.
Eenmaal thuis aangekomen voelt iedereen de zwaarte van het geesteloze lichaam wat op hun lichaam drukt. Het karkas van vlees, botten en stilstaand bloed in de vaten met spierwitte kleur heeft indruk gemaakt op alle ogen in het huis. Hoe nu verder, is de vraag die in alle hoofden spookt.
Een paar dingen staan vast. De begrafenis bijvoorbeeld, dit moet minimaal 36 uur na het overlijden, en mag niet langer duren dan na de 6e werkdag in de week. Een heftige periode voor de mensen die grote beslissingen moeten maken terwijl zij mentaal vergelijkbaar zijn met een dun laagje ijs op het water waarbij het gewicht van een vlinder al te zwaar is om te dragen.
De begrafenis. Een selecte groep komt bijeen bij het uitvaartcentrum. De kist staat open en het bleeke gezicht kijkt voor de laatste keer, met gesloten ogen dan wel, naar jou. Iedereen draagt zwart, je kijkt gezamenlijk naar het scherm, hangend achter de kist. Foto’s uit zijn jeugd flitsen voorbij, niet alleen op het scherm, maar ook in jou. Dan gaan de boxen aan, en speelt zijn favoriete lied. Toen begon het gehuil. Emotie vult de zaal sneller dan de kraan de badkuip vullen kan.
Een ondoordringbare massa van gevoelens vormt een barricade voor alle vormen van helder denken. Het toekomstperspectief is op dit moment enorm vaag. Het enige wat vaststaat is een leven zonder het verloren persoon.
Na de begrafenis begint het stuk van rouwen zonder stappenplan. Een machine zonder blauwdruk, met jouw energie en kracht als brandstof. In Nederland kennen we vanaf dit moment een cultuur van stilte, somberheid, zwart en loslaten. Echter is dit lang niet overal op de wereld de standaard voor dit tweede deel van de rouw. Rouw hoeft helemaal niet grauw te zijn, het kan ook kleurrijk.
Mexico
Waar wij in Nederland gehecht zijn aan onze witte lelie cultuur, bestaand uit het definitieve eindpunt (de dood), gevolgd door het zo snel mogelijk oppakken van het ‘normale’ leven, is dit in Mexico onbesproken.
Mexico kent de dood niet als definitief eindpunt, maar als natuurlijke fase van het leven. Je mag op het moment natuurlijk verdriet voelen, maar dat verdriet wordt razendsnel omgetoverd in het vieren van het leven. Het herdenken van de overleden persoon krijgt een hele gezellige lading in Mexico. Samen met de gehele familie vier je alles wat je mee hebt mogen maken met het persoon wat je kwijt bent geraakt. Lachend kijken jullie naar oude foto’s, luisterend naar de favoriete liederen.
De grote vraag die deze andere manier van herdenken oproept is, hoe? Hoe kan je vrolijk zijn als iemand die je dierbaar is je leven verlaat? In Mexico zullen ze die vraag snel beantwoorden, die dierbare, die verlaat je niet, die draag je bij je in je hoofd en je hart. De geest van de overledene vertrekt naar boven, op weg richting de hemel. Daar verblijven de zielen. Toch zit de ziel niet de gehele tijd stil, op 1 en 2 november komen ze terug naar de voor hen gebouwde altaren in de woonkamers van de huizen waar zij vroeger actief deel van uitmaakte. Op die dagen is het Dia de los Muertos. De ziel wordt terug uitgenodigd bij het gezin.
Dat uitnodigen is onderdeel van een groot ritueel binnen de Mexicaanse cultuur. Het is standaard dat je na het overlijden van een persoon degene herdenkt in het eigen huis. Doe je door middel van een altaar met foto’s en persoonlijke eigendommen.
Op Dia de los Muertos komt de ziel terug en vindt het een gevuld Ofrenda (huisaltaar) met zijn/haar favoriete eten en drinken (simpel of complex), kleur zoals de Afrikaantjes (de felgekleurde oranje bloem), Versierde suikerschedels, ook wel de Calaveras, en het pad wat hen ernaartoe leidt. Overal liggen de oranje blaadjes van de Afrikaantjes, dit vormt een pad van de deur, naar het Ofrenda, de geur gids voor de ziel om het juiste huis terug te vinden, en er voor twee dagen te verblijven.
Waarom wij niet?
Als ze in Mexico zo luchtig kunnen kijken naar een gebeurtenis die bij ons het einde betekent op vele manieren komt de vraag opzetten als: waarom doen wij dit eigenlijk niet? Het antwoord is minder simpel en slechter terug te traceren naar een duidelijk antwoord dan gehoopt.
Waarom behandelen wij rouw alsof het een ziekte is, waar we na die bepaalde termijn van zes werkdagen genezen moeten zijn? Het antwoord kan liggen in onze culturele drang voor efficiëntie. Alles moet tot in de puntjes geregeld en uitgewerkt zijn, en vooral, werken. Ook jij, die op dag 11 na het overlijden misschien wel zegt, “ik ben er nog niet klaar voor”, zou volgens onze werkcultuur weer achter het bureau moeten zitten en excelletjes bewerken. We haten het als Nederlanders om ‘ongezond’ veel tijd kwijt te raken aan tradities en feestdagen die er ‘toch’ niet om doen. Het persoon wat je kwijt bent komt niet werkelijk terug. Toch kun je beargumenteren dat door het vieren van de dood, je beter in contact blijft met de doden. Door toch nog eens te kijken naar die foto’s die eerder onder gehuild waren door de tranen van echtgenote. Misschien zouden we dan een soort rust vinden die we niet kennen.
Misschien leren we als cultuur dan wel aan dat je rust ‘mag’ vinden, en niet altijd jezelf in een krampachtige situatie hoeft te begeven, omringd door werk en perfecte mensen die hun leven wel op de rails hebben. Misschien, ooit.
Pingback: De abortus plant – SVHJ.media