
!Let op, dit is een literaire casestudy!
Al jaren heerst er een brute oorlog in het oosten van de Democratische Republiek Congo (de DRC). Een oorlog die meer ziet dan kogels en mitrailleurs. Een oorlog met waanzinnig veel impact op de inwoners van de regio en omstreken en waanzinnig weinig impact op de media en onze nieuwsbronnen.
Zeven miljoen mensen zijn naar schatting op de vlucht uit de regio van Oost-Congo. Zeven miljoen levens zonder onderdak of enige vorm van zekerheid. Zeven miljoen levens die met de angst voor hun leven voedsel halen bij de door internationale organisaties ingestelde hulpposten. Zeven miljoen levens die een poging doen het gevecht tussen de Rwandese rebellengroep M23 en het Congolese leger te ontvluchten.
Een barre tocht door een extreem klimaat met droogte of juist intens veel vocht. De dieren die je tegenkomt zijn uitgehongerd of meer dan giftig. Verharde paden? Ho maar. Je loopt tot je er letterlijk bij neervalt. Elke vorm van basisbehoeften ontbreekt. Water? Is er niet. Eten? In mondjesmaat. Dag in dag uit loop je ongeveer 20 kilometer met alle waardevolle spullen en kinderen die je mee hebt genomen uit ‘t huis.
Mentaal ben je op een andere planeet. Misschien wel de hemel? Alles behalve de plek waar je nu bent, de plek die misschien nog wel het best te vergelijken valt met de hel. Door alle blaren loop je heen tot je plots schoten hoort en de denkbeeldige bubbel om je heen wordt doorgeprikt.
“Haya, simama! Ngoja hapo!”
Een van de soldaten uit de rebellengroep M23 schreeuwt naar je in het Swahili, de meest gesproken taal van de regio. De Lingua Franca van Centraal-Afrika. Of je zelf de taal spreekt is nog maar de vraag, eerst moet je nog landen van de schrik.
De soldaat herhaalt zijn zin: “Haya, simama! Ngoja hapo!” Je verstijft volledig, wat wil hij van mij? Je durft geen stap meer te zetten en dat is in dit geval maar goed ook (de zin betekent: “Hey stop! wacht daar!”)
De soldaat loopt in een niet al te hoog tempo met zijn geweer geladen en klaar op jou en je baby af. Je trilt enorm. De baby begint met huilen en de soldaat schreeuwt met luide stem: “SIMAMA”, ook wel: “Stop”.
De baby huilt harder en harder en de soldaat staat inmiddels op een meter afstand van jou. Je voelt zijn warme adem op je bezwete huid en houdt je stiller dan ooit. Met je baby stevig vast sluit je kort je ogen en bid je kort tot God: “Help mij, red mij.”
Dan voel je een warme, modderige hand op je mond en je schrikt je de pleuris. Je voelt niks en alles tegelijk. De stress neemt je lichaam over en reacties heb je niet, behalve de vraag, waar is mijn baby? Je zit in de achterbak van een grote, oude Toyota. De muziek van de militair overmeestert al je gedachtes. Luid gezang en de bass die tegen je ribben aan beukt domineren de ruimte.
Toen werd het weer zwart. De eerstvolgende keer dat je wakker wordt is dat zonder kleding met je handen geboeid aan de muur in het huis van de militair. Je kijkt geschokt om je heen. Je ziet dat je niet alleen bent, overal naakt, overal hopen met kleding, overal vrouw en overal dezelfde geschokte blik.
Die blik racet door de kamer en valt plots neer op een veel kleinere, jongere vrouw in de kamer. Een vrouw die je beter kent dan welke hier dan ook, je baby.
Op het moment dat je dit zag voelde het alsof je je emotie terug had gekregen van je God. Je kon schreeuwen, je kon gillen, je kon huilen en je voelde niks anders dan blijdschap, nog niet wetende wat er exact gaat gebeuren.
Uit blijheid voor het zien van je kind waarvan je eerst dacht het kwijt te zijn, liet je een snik gaan. Een van de domste dingen die je toen had kunnen doen. Direct klonk het geluid van een verschoven stoel en drie mannen rond de veertig stormden op je af in camouflagekleding en bivakmuts.
De mannen pakten je vast en kleedden zich uit.
Verkrachting.
Op brute wijze hebben de drie mannen je verkracht zonder ook maar enige manier rekening te houden met iets anders dan het eigen vermaak en lust.
Huilen is het enige wat je kan, vooral als je ziet dat je enkel de eerste was. Elke vrouw wordt op dit moment het zelfde behandeld in de kamer. Ze werken de vrouwen af op volgorde. Ze beginnen bij jou, en werken langzamerhand richting het einde, naar degene die jou dit geluid liet maken, je kind.
Geen uitzondering
Als de helse nacht voorbij is, begint het overleven weer. Je bent terug bij af met net zo veel met je als eerst, met een extra: mentaal letsel. Nachten als deze met schendingen van de menselijkheid op de hoogste graad zijn helaas geen uitzondering en een onderdeel van de tactieken uit het draaiboek van M23.
Misschien is dit wel het zwaarste wapen waar deze groeperingen over beschikken. Geen kogels en gloednieuwe mitrailleurs maar het lichamelijke, fysieke, grensoverschrijdende geweld van de soldaten bij de onschuldige burger.
Deze vorm van geweld werkt dubbel. Het laat de lichamelijke en mentale littekens achter bij het slachtoffer, maar ook staat verkrachting binnen de Congolese cultuur als iets demonisch en onrein waar je jezelf en medelotgenoten van moet weren. Als slachtoffer ben je dus niet meer welkom binnen je eigen, bekende leefstructuren waar je de rest van je leven misschien wel in bent opgegroeid en heeft bestaan.
Het geweld dat de rebellengroep M23 pleegt draagt bij aan de sociale dood van de slachtoffers. De plek binnen een gemeenschap van een individu wordt volledig van de kaart geveegd. Een van de tactische doelen van de sociale dood zoals beschreven door de sociaal filosoof Claudia Card is de continuïteit van het bindende in een gemeenschap te breken, of simpeler gezegd: de cultuur wordt niet meer doorgegeven door een sociale dood, waarmee complete dorpen uiteindelijk stilvallen.
Necropolitiek
Om daadwerkelijk te kunnen begrijpen waarom rebellengroepen en paramilitaire verzamelingen als M23 dit doen kan je nog het beste kijken naar de werken van de Kameroense socioloog Achille Mbembe, met dan in het bijzonder de Necropolitiek.
In het oosten van de DRC zie je niet direct geweld door overnames van politieke gebouwen of zetels, maar op een nieuwere manier, de ultieme controle. De ‘beste’ vorm van macht uitoefenen is volgens de Necropolitiek het kunnen kiezen wie er gaat sterven, hoe zij gaan sterven en wat er vervolgens met de lichamen van de gestorvenen gebeurt.
De vrouwelijke lichamen uit de kamer liggen daar dus niet per toeval. Het is uitgedacht, en onderdeel van een nieuwe strategie van enorme effectiviteit. Met die necromacht creëren de rebellen een ander concept van Mbembe, de “death-worlds”. Dat zijn zones waarin de mens zo vrij en kwetsbaar mogelijk wordt gemaakt in specifieke situaties. Door deze zones van kwetsbaarheid kan een rebellengroep als M23 hun autoriteit vestigen en die ultieme controle over de lichamen bezitten.
Hierbij moet je wel begrijpen dat de Necropolitiek van Mbembe niet los op zichzelf staat, maar nauw verbonden is met geopolitieke, economische belangen van de westerse wereld die hun goud en grondstof voor de batterijen hier vandaan halen. De terreur en de daaruit voortvloeiende sociale dood van Claudia Card motiveren die eerder genoemde zeven miljoen mensen om te vluchten en hetzelfde gevaarlijke pad te bewandelen. Nu is dit (de vlucht van de miljoenen mensen) een voordeel voor de machthebbende (M23) aangezien de cultuur die overblijft stil komt te staan en alle energie die de overgebleven mensen nog hebben gericht is op de economische motor (dat goud en coltan).
Het seksuele geweld is de necropolitieke logica van rebellengroep M23 en leidt tot de sociale dood van het individu met alle gevolgen van dien.