
Geloof is een houvast voor het niet beter wetende. Een goed verhaal vol sociale regels, leefwijzes, hoop, verdriet, angst en de uitleg hoe het wél moet. Alles in geloof draait om een verhaal van vergaan en leed, en hoe een individu, als Jezus, zich toch langs dat weet te manoeuvreren tot hij een betere plaats bereikt.
Die geluksformule, het langs het slechte bewegen tot je het juiste bereikt, is wat men zo aanspreekt in geloof, het optimisme. Niet het inperken van het vrouwenrecht, naastenliefde maar geen mannenliefde. Maar het is geen keuze waar je zelf mag kiezen, waar je je wel aan houdt, en waar niet.
De situatie van de mens heeft vaak samenhang met de ‘geloof jij’ vraag. Wanneer iemand in armoede verkeert, zijn de percentages gelovigen hoger. In de armste landen op deze wereld is ~95% gelovig, waarbij dat in de rijkste landen wereldwijd eerder rond de ~45% zit. Arme mensen hebben minder, en hopen meer. Arme mensen hopen meer op een goede toekomst, en het ontwijken van het huidige leed, waar zij zich op dat moment in verkeren.
Daarbij levert geloof stabiliteit, en zegt het een reden voor vrede te zijn. Mensen in armoede leven vaak hectische levens, levens waar stabiliteit zeer gewild is. Geloof biedt dat. Stabiliteit heeft wel de bijkomstigheid geen verandering op te zoeken, het uitblijven van progressivisme, en dus het uitblijven van de niet-kerkelijke ideeën als feminisme en homorechten.
In armoe, zit je vast. Vast in jezelf, en geloof biedt een uitweg van je eigen situatie. Een droomachtig leven dat zich uitwerkt als koortsdroom. Eentje waar sommige mensen nou eenmaal onderdrukt worden omdat het gezegd is door een hogere macht. Een wereld waar de mens een object is van de hogere macht, God, waar je pas een goed mens bent als je voldoet aan een lijstje met sociale punten op de checklist die wij zijn gaan volgen, omdat het in een oubollig boek staat. Maar het boek geeft stabiliteit, iets waar zij, de armen naar zoeken.
Een kat in angst springt weg van het object waar hij/zij van schrikt. Een muis verstijft van schrik, en hoopt onzichtbaar te zijn. De mens kan meerdere dingen doen. Uit nature wordt er verwezen naar de flight or fight reacties. Of je vecht, of je vlucht. In armoe heerst er angst, angst voor de toekomst. Men in armoe vlucht daarvan, door middel van God, een oud, stabiel concept, wat zich niet aanpast, net als de prijzen van benzine dat kunnen.
Angst en armoede zijn echter geen synoniemen net als angst en geloof dat zijn. Angst vindt plaats op veel meer manieren. Angst kan mentaal zijn, sprekend over depressie. Je bent onder in de put, ervaart niets anders dan donker, en zoekt naar het licht. Ook dan zegt de gelovige, luister naar God, en laat hem je leiden naar het licht. Wat ook dan erg aantrekkelijk klinkt, een geordend pad wat ik enkel moet volgen, en als ik dat doe, ben ik weer mezelf, alleen dan blij.
Probleem is dat je dan helemaal niet jezelf bent. Je bent een volger van de autoriteit, een volger van God. Je bent weliswaar in het ‘licht’, maar niet bevrijd. Verre van. Je bent onderdeel van het hogere poppenspel, waar priesters, de paus, en vooral de boze mening op de sociale media nu uitmaakt wat goed is en wat niet. Je bent niet uit de put, er wordt met een zaklamp van boven op je geschenen. Je mag alleen niet afwijken van de koers die zij jou geven, anders sta je niet meer in het licht.
Geloof is in alle manieren, niet bevrijd zijn, maar opgesloten worden. Opgesloten worden in een valse realiteit waar anderen bepalen wie jij mag zijn. Het is dan ook raar dat mensen zeggen dat ze geen angst meer ervaren als ze geloven, ze zijn wel degelijk angstig. Angstig om niet meer te geloven. Je wordt gehersenspoeld, compleet gereset. Zo doen ze dat met grootse complotten als ‘judgement day’. Een moment waar een poortwachter voor de hemel staar, God zelf, en je complete plaatje bekijkt en dan voor jou kiest of je het ‘waard’ bent om in de hemel te blijven. Allemaal wijzen om mensen angst in te boezemen.
Vanaf de renaissance leeft men onder het toen bedachte levensmotto: carpe diem, pluk de dag. Carpe diem betekent dat je in het moment moet leven en dingen niet moet laten afhangen van een groter, oordelend beeld uit de toekomst. Een duidelijke tegenbeweging van de levensspreuk uit de middeleeuwen: memento mori, gedenk te sterven. Memento mori is een christelijk geïnspireerde spreuk die erop wijst dat je nooit zomaar dingen mag doen, zonder dat je ook let op de zondes die je plegen kan, en dat die aan het eind van je leven, nog eens allemaal worden nagelopen.
Onder de christelijke invloedssfeer ben je een product. Een product wat beschadigingen op kan lopen. Des te meer beschadigingen het heeft, hoe kleiner de kans dat het een mooi plekje krijgt. En dat terwijl ze zeggen, iedereen is mens.
Mensen worden beoordeeld op dingen die ze soms helemaal niet in de hand hebben, zoals liefde. Het willen ontdekken van grenzen, het willen uitdrukken van emotie. Alles mag, zolang het binnen de orthodoxe lijntjes van de bijbel past.