
Kan de mens ‘echt’ veranderen? Ik denk van wel. Ik denk dat elk mens in de essentie zijn aard van handelen kan loslaten op een manier, en een andere aard van handelen op te kunnen pakken in het vervolg.
Bij deze vraag is er een duidelijk contrast tussen twee hoofdstromingen die ons zijn en gedrag verklaren: determinisme en het existentialisme van vrije wil. Determinisme stelt dat je leven vaststaat in zijn geheel door genen en achtergrond, de mens kan zijn genen en achtergrond niet veranderen, en dus nooit zelf veranderen. Het existentialisme van vrije wil van Sartre stelt dat wij ‘gedoemd zijn om vrij te zijn’. Wij, de mens, is volledig verantwoordelijk voor haar eigen handelen, wat betekent dat wij op elk moment zouden kunnen veranderen, want we hebben de verantwoordelijkheid die ons dat mogelijk maakt.
Nu zijn dit de filosofische extremen, de tegenpolen. Ik geloof in een middenweg tussen beide opties. We hebben een achtergrond en genen waar wij vandaan komen, maar uiteindelijk hebben we zelf de verantwoordelijkheid om te kunnen veranderen. Iedereen die verantwoordelijkheid kan dragen zou volgens mij ook de mogelijkheid tot verandering met zich dragen. De enige die ik dan excludeer zijn kinderen, ouderen, afhankelijke en de mentaal/fysiek beperkte.
Hoe veranderen wij dan? Doen wij dat door dwang via angst of wegens moraal? Dit maatschappelijke verlangen naar verandering van individuen komt het vaakst voor bij politie optreden. Dagelijks werkt de politie in allerlei soorten zaken, toch veranderen ze in allemaal mensen. Van een verkeersboete voor te hard rijden die je corrigeert op een overtreding tot het oppakken van een verkrachter in een huis en hem vervolgens mee te nemen en hem dan te veranderen. In Nederland draagt de politie vaak de bijnaam ‘te lief’ en ‘gezagloos’, terwijl de Duitse Polizei angst, hardhandigheid en rechtvaardigheid uitstraalt. Wederom een verschil in aanpak, enerzijds een de-escalatie aanpak, anderzijds een hardhandig heids aanpak. Voor beide vormen van werken valt iets te zeggen: de hardhandigheid is vanuit het geloof dat een sterke, angstaanjagende, controlerende dienst de chaos van de mens onder controle kan houden door middel van het afdwingen van die gedragsverandering op basis van angst en intimidatie. Hardhandig optreden is onder deze termen niet ‘extreem’ maar ‘slim’ en ‘rechtvaardig’ omdat het afschrikt en daarmee zijn taak, controle houden, kan vervullen, aldus Thomas Hobbes. De-escalatie wordt volgens John Locke en de criminologie ondersteund. Zij stellen dat de overheid er is om grondrechten van veiligheid en eerlijkheid te beschermen en koesteren. Als de politie te hardhandig wordt zou het zelf het sociaal contract, waarin de overheid de grondrechten beschermd, schenden. Dit maakt haar optreden dan onrechtvaardig en verre van tactisch. Criminologen vinden het van belang dat de politie vooral wordt beschouwd als een eerlijk, trouw, betrouwbaar doch rechtvaardig regeringsorgaan. Bij een zachter geaarde, de-escalatie aanpak ervaart men de politie als integer en eerlijk, wat het vertrouwen in haar verhoogt en de kans op toekomstige delicten verkleint. Hardhandigheid zou in deze criminologische theorie averechts werken: het vertrouwen daalt en zaait polarisatie en ondermijnt daarmee het gezag.
In de praktijk is er een groot verschil tussen beide vormen van politie aanpak. Hardhandigheid zou veel politie op straat betekenen met harder optreden dan nodig om erger te voorkomen. Aan het begin zeer effectief wegens disciplinering vanuit angst. Op de lange termijn erg instabiel door een groeiend wantrouwen en gebrek aan connectie met de politie. De band vervaagt hierdoor.
Naar mijn mening zou de politie zich moeten berusten op de-escalatie methoden waar een gesprek het wapen is. Om dat te bereiken is er echter veel tijd en middelen nodig. Niet alleen de wetten en systemen moeten aangepast worden, de complete politiecultuur moet op dat moment op de schop. Waar de harde aanpak direct ten werking gaat bij een melding, kost de de-escalatie methode veel tijd, langetermijninvesteringen.
Ik deel deze langetermijninvesteringen op in vijf bullet points. Een waslijst aan punten die behaald moeten worden om die ‘goed functionerende’ politie te zijn die ik zo ambieer.
- Constante aanwezigheid. De politie moet altijd in de buurt zijn en op menselijke wijze benaderbaar zijn. Vertrouwen moet hiervoor opgebouwd worden, niet vanuit de politieauto, maar door middel van vele ‘onproductieve’ relationele uren.
- Capaciteit. Bij een de-escalatie aanpak heb je veel tijd nodig, de-escaleren kost immers langer dan iemand taseren en in de boeien slaan. Om te kunnen de-escaleren moet je goed kunnen praten, een gesprek voeren zonder constante tijdsdruk. Die tijdsdruk zou echter altijd blijven bestaan als er niet meer capaciteit is bij de politie die andere meldingen dan op zou kunnen vangen in plaats van de agenten die op dat moment in gesprek zijn.
- Lange adem. Waar de harde aanpak direct resulteert in cijfers en dia’s die je anderen kan laten zien om je punt mee te bewijzen, is dit niet met de-escalatie. De-escalatie werkt op basis van vertrouwen, en vertrouwen is niet een snel proces. Daar kunnen maanden, jaren of langer over heen gaan. Zonder vertrouwen zouden de criminaliteitscijfers in werkelijkheid nauwelijks tot niet omlaag gaan en dus constant blijven tot in uiterste gevallen eerst zelfs stijgen.
- Educatie. Om de-escalatie op basis van vertrouwen en gesprekken moet de politie daar ook voor geschoold worden. Een psychologische basis krijgen die de kans van slagen voor een gesprek vergroten moet. Met kennis moet de politie psychiatrische ziektebeelden en culturele sensitiviteit beter kunnen waarnemen en daar dan ook mee handelen.
- Betere verbindingen. Punten waar de politie moeite mee kan hebben als mentale gezondheidszorg kunnen zij niet alleen oplossen. Er moet een direct systeem van verbindingen zijn tussen de politie en crisisdiensten, GGZ psychologen, zelfmoordpreventie en maatschappelijk werk. Meldkamers en nieuwe systemen kosten geld en inzet. Echter zijn ze onmisbaar. Zonder hen mist de politie de essentiële steun in de rug waar ze bij deze aanpak wel degelijk behoefte aan hebben.
De kosten en investeringen van tijd en geld zijn bij deze aanpak enorm hoog. Doch als het resultaat minder radicalisme en meer psychische hulp in plaats van celstraffen is, is het profijt voor de gehele samenleving op langere termijn onevenaarbaar groot, aldus John Stuart Mill.
Toch is het onvermijdelijk dat mensen de cel in moeten. Mensen moeten dan afgezonderd worden van de maatschappij om stil te staan. Om gestraft te worden of juist begeleid te worden terug de maatschappij in.
Dostojevski schreef in het boek “Aantekeningen uit het dodenhuis” (1862): “De mate van beschaving van een samenleving kun je aflezen door een gevangenis binnen te stappen.” Wreedheid naar de gevangene of juist halfhartigheid laten zien wat de instelling van de maatschappij zelf is.
De vraag staat dan vooral wat het echte doel is van de gevangenis: is het mensen straffen, of mensen heropvoeden? Ook in dit scenario heb ik twee filosofieën tegenover elkaar gezet, beide kijken ze vooral naar het motief van de gevangenis, niet zo zeer om wanneer en waarom je in de gevangenis belandt. Enerzijds heb je het vergeldingsrecht van Kant, straffen is een morele plicht, ‘oog om oog en tand om tand’. Doordat Kant geloofd in dat de mens zelf kan kiezen wat hij doet (wilsautonomie heeft), kiest de mens voor de wet overtreden, en kiest hij ‘impliciet’ voor de straf die daar aan gebonden is. Anderzijds kijk ik naar het utilitarisme, het grootste geluk voor de meeste mensen mogelijk. Vanuit utilitaristisch oogpunt is puur leed toevoegen zinloos. Straffen zouden herhaling moeten voorkomen (recidive afnemen) en heropvoeding moeten stimuleren. Dit zodat mensen vanuit en na de gevangenis een baan kunnen krijgen en vaardigheden hebben die nuttig zijn voor de samenleving, en zo het grootste geluk voor de samenleving opleveren.
In de praktijk komen beide filosofieën sterk terug in het mondiale gevangenislandschap. Kant zijn voorbeeld zie je onder andere terug in de Amerikaanse gevangenissen, gebaseerd op vergelding en wantrouwen. Gigantische, op beton gebaseerde, privacyloze cel complexen met constant toezicht van de bewakers waar er op de minuut bepaald is waar je bent en wat je doet (voornamelijk in een kale cel zitten en wachten tot de volgende dag) blijken uit onderzoek de situatie enkel te verslechteren. Door het gebrek aan sociaal contact verleer je de sociale vaardigheden die je buiten de cel nodig hebt om te overleven. De binnenmuurse hiërarchie dwingt je echter om je als crimineel aan te sluiten in groeperingen om te overleven, vaak kom je er daardoor getraumatiseerder uit dan dat je er in ging.
In Noorwegen en Zweden is het bijna precies het tegenovergestelde. Gevangenissen daar werken door middel van een normalisatieprincipe. Alles is zoveel mogelijk hetzelfde, enkel je vrijheid wordt afgenomen. Je behoudt je andere burgerrechten als recht op zorg en stemrecht in de Scandinavische gevangenissen.
Naast een andere aanpak in vergelijking met de Amerikaanse gevangenissen, is de complete instelling en de resultaten verschillend. Beginnend met de open, ecologische architectuur. Zo is de bekendste gevangenis uit dit kaliber, Bastøy, gebouwd in de natuur waar alle gevangenen een eigen huisje krijgen met eigen sleutels tot in dat huis.
Ondanks dat de bewakers toegang hebben tot alle huisjes, geeft het een gevoel van vertrouwen en respect, en het allerbelangrijkste, een stukje autonomie, een houvast. Deze ecologische gevangenis is voor de zwaarste criminelen van Noorwegen, moordenaars, verkrachters, drugssmokkelaars, etc. Het idee is dat de ecologische setting waarin je je bevindt, je laat merken dat je onderdeel bent van een community, en niet bent afgezonderd. In Plaats van de hele dag stil zitten en kijken naar grauwe betonnen muren, is het je taak op dit eiland om je CO2-uitstoot zo minimaal mogelijk te maken. Dit door eten te verbouwen, oogsten, en er vervolgens op gezonde wijze mee te koken, je leert hier dingen. Dingen die de maatschappij later ten goede zijn. Tevens blijkt dat de gevangenen die de hele dag bezig zijn met zich veranderen en meebewegen met de natuur, respect ontwikkelen. “Om respect te kunnen geven in en buiten de gevangenis, moet je respect hebben.” “Deze zware criminelen hebben dat vaak niet, daarom helpen wij hen met respect ontwikkelen dmv de natuur”, aldus de gevangenisdirecteur Nilsen.
Dat respect werkt in die gevangenis twee kanten op, zegt de directeur. “Je kan geen respect opeisen als je het niet zelf teruggeeft, je hebt uiteindelijk nog altijd met mensen te maken.” Een voorbeeld hiervan is dat de beveiligers geen wapen hebben, het hele eiland is wapenloos, gebaseerd op wederzijds vertrouwen en respect.
Aan het einde van het interview met de directeur (uit pulitzercenter.org) citeerde de directeur de eerder genoemde quote van Dostojevski: “De mate van beschaving van een samenleving kun je aflezen door een gevangenis binnen te stappen.” Hiermee duidt de directeur op hoe humaan Noorwegen is, aangezien zij, de Noren, niet alleen de inwoners, maar ook de gevangenen allemaal als mens zien.
Wat ook een opvallend maar onmiskenbaar feit is, getypeerd aan beide gevangenissystemen is het aantal recidive. In Noorwegen, waar die ecologische gevangenis staat, is er het laagste percentage recidive wereldwijd. Waar Amerika namelijk ongeveer ~70% recidive heeft, en Nederland er ~47%, heeft Noorwegen het laagste percentage met ~20%. Alle onderzoeken wijzen erop dat dat komt door de menselijkheid van de gevangenissen. Systematisch vertrouwen opbouwen in plaats van afkraken.
Een veelgebruikt argument tegen het Noorse systeem is dat de daklozen direct zouden kiezen voor de gevangenis en een misdaad begaan. Toch werkt dat niet zo, beginnend met het feit dat Noorwegen minder daklozen kent, hebben ze daarbij in Noorwegen als ze bijvoorbeeld uit de gevangenis komen hulp vanuit de overheid om dakloosheid te voorkomen. En waar in Amerika iemand zijn strafblad volledig openbaar is, is dat anoniem is Noorwegen. Dit houdt de kansen voor de mensen gelijk en met ondersteuning valt men ook niet zomaar terug.
Alles wijst erop dat menselijkheid, de-escalatie en herintegratie vele malen effectiever, slimmer en tactvoller zijn dan vergeldingsrecht en de ‘harde aanpak’.
Terugkomend op de start van het verhaal, de vraag: “Kan de mens echt veranderen?” Mijn antwoord daarop zou zijn, enkel als het systeem er daarop is ingesteld. Met goed opgeleide politie eenheden en ecologische, menselijke, vertrouwen opbouwende gevangenissen is het antwoord weldegelijk. Lag het aan Amerika, met zijn brute gevangenissen en intimiderende aanpak, dan is het antwoord nee.
Hi, this is a comment.
To get started with moderating, editing, and deleting comments, please visit the Comments screen in the dashboard.
Commenter avatars come from Gravatar.