
“Het Afrikaanse Noord-Korea”, zoals het soms door critici wordt genoemd. Een land waar veel mensen de plaats op de kaart niet van kunnen aanwijzen, en nog net weten dat het in Afrika ligt, is het thuis voor een erbarmelijke mensenrechtensituatie.
Eritrea was tot 30 jaar geleden onderdeel van Ethiopië, waar het uiteindelijk afstand van nam en onafhankelijk uitriep o.l.v. president Afewerki en zijn regeringspartij People’s Front for Democracy and Justice (PFDJ). Sinds de vrijheid voor het land, zijn er geen verkiezingen geweest en is president Afewerki nog altijd aan de macht.
Het leven in dit land ziet er heel anders uit dan je gewend bent. Je wordt geboren in een veelal arm gezin op de zolder in Asmara en groeit op met beperkte voorzieningen en kleinschalige toegang tot onderwijs (ondanks de leerplicht van 6 ™ 16 jaar). Je leert de taal, je leert over respect, de patriottistische geschiedenis en het belang van Afewerki. Je laatste jaren op school van je 16e ™, je 18e zit je op Sawa-kamp. Je krijgt intensieve militaire training.
Sawa-kamp is de eerste rechtstreekse stap in de verplichte militaire dienstplicht van onbepaalde termijn. Het middel waarmee Afewerki zijn volk in toom houdt.
Het leger als verplichting is helemaal niet gek in zo’n land. Het toekomstperspectief ontbreekt namelijk. Je hebt als burger daar eigenlijk geen mogelijkheid tot wetenschappelijk onderwijs, of überhaupt een baan. Volgens Afewerki is het enige toekomstperspectief de dreigende oorlog die elk moment kan losbarsten tussen Ethiopië en Eritrea, het complete volk moet hierop voorbereid zijn.
Je zit nog altijd vast in de militaire fuik van de PFDJ, ondanks dat je al 24 jaar verplicht deel uitmaakt van de gewapende milities van de mens uitbuitende leider. Dag in dag uit verricht je zwaar werk, gedwongen, met weinig loon.
Al tien jaar lang is officieel vastgesteld door het ICC dat Eritrea zich schuldig maakt aan systematische staatsslavernij van ongeveer 500.000 tot 1 miljoen mensen. De eindeloze dienstplicht en de gedwongen arbeid, met marteling te pas en te onpas maken dit allemaal bij elkaar een werkelijk gruwel regime.
Je bent 41 en mag eindelijk het leger uit. Je belandt op straat, zonder toekomst, noch opleiding, noch partner of enige mentale levenslust. Met nog 25 jaar te gaan tot de gemiddelde inwoner van Eritrea het loodje legt heb je nog wat te verzetten, zeker aangezien er niet iets is als een sociaal vangnet of aow. Je moet werk zoeken. Waar? Geen idee. Misschien ken je familie waar je onderdak kan vinden tijdens je zoektocht naar de toekomst.
Je bent te oud om te vluchten van dit afgrijselijke regime, en je hebt een geweten zwaarder dan een olifant. Je hebt deel uitgemaakt van de milities die vrouwen tot sex slaaf heeft gemaakt en hebt door de drang van de legerleiding willekeurige huizen binnengevallen en mensen gearresteerd zonder reden.
Je draagt de fysieke en mentale littekens, niet met trots, maar wel met de kennis dat jij dit zelf hebt gedaan. Je hebt te maken gekregen met opgedrongen loyaliteit naar het regime en een eigen gebroken moreel kompas. Het overleven binnen deze gemilitariseerde horrorwereld heeft jou gemaakt tot vervreemding van je eigen menselijkheid. Hoe vraag je om vergeving aan je eigen als het regime waarin je leefde je dwingt om je principes te verraden? Een vraag waar je als 41 jarige man nog 25 jaar over na kan denken.
Wat ik me dan afvraag is waarom alleen de oud militair uit Eritrea zijn hoofd daarover buigt, en de rest van de wereld wegkijkt alsof het een ongemakkelijke seks scene is op de televisie tijdens filmavond met het gezin (de westerse wereld). Dit fenomeen heeft verschillende oorzaken. Ten eerste, en het belangrijkste, de geopolitieke belangen van het wegkijken. Eritrea ligt enorm strategisch in de hoorn van Afrika, gelegen aan de Rode Zee met essentiële handelsroutes voor het transport van Azië naar Europa. Zodra de landen met belangen dit gebeuren uitlichten, ontstaat er gevaar voor de (nu al onstabiele) handel zekerheid. Ten tweede heeft Eritrea zich met succes kunnen weren van de oude VN sancties zoals het wapenembargo en handel blokkades nadat zij officieel gezien een vredesakkoord hadden gesloten met Ethiopië, wat leidde tot meer vrijheid. Het met rust laten van de grensconflicten bij Djibouti en de Somalische terreurgroep Al-Shabaab leidde tot een uitbreiding van de legerleden onderdrukking, die ongeacht de vermindering van hun werk in de vorm van missies, toch meer werk kregen door de bewerkstelliging van nieuwe wapens en systemen. Ten derde heb je de lange arm van Asmara (de hoofdstad). Alle gevluchte Eritreeërs hebben te maken met deze arm, in de vorm van diasporabelasting van 2% per maand op je inkomen. Doe je dit niet? Dan is je paspoort ongeldig verklaard en wordt al je achtergebleven familie in Eritrea gestraft of erger. Ondanks het door Nederland officieel erkennen van de Diasporabelasting, wordt er geen daadwerkelijke actie ondernomen om het te stoppen en blijft het bij het diplomatieke veroordelen van deze praktijken.
Zolang de Westerse (en Oosterse) wereld niet over haar economische belangen heen durft te stappen, en Eritrea niet duidelijk maakt dat wat ze doen fout, en strafbaar is, zal er de komende decennia nog geen licht aan het einde van de Afekari-tunnel zijn.